Steeds minder jongeren actief op Curaçaose arbeidsmarkt

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – Steeds minder jongeren op Curaçao hebben werk of zoeken actief naar een baan. De arbeidsparticipatie onder 15- tot 24-jarigen daalde in 2025 van 46 naar nog geen veertig procent. De belangrijkste verklaring is dat jongeren vaker eerst hun opleiding willen afronden.


Dat blijkt uit de Arbeidskrachtenenquête 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Curaçao telde vorig jaar bijna 16.000 jongeren tussen de 15 en 24 jaar. Van hen behoorden er ruim 6.000 tot de beroepsbevolking.

Het aantal werkende jongeren daalde met bijna 600, van ruim 5.700 in 2024 naar ongeveer 5.200 in 2025. Ook het aantal actief werkzoekende jongeren nam af, van ruim 1.100 naar bijna duizend.

Tegelijkertijd groeide de economisch niet-actieve groep met ruim 1.300 jongeren tot ongeveer 9.300. Zij hebben geen werk en zoeken ook niet actief naar een baan.

Voor het overgrote deel hangt dat samen met onderwijs. Ruim 7.600 niet-actieve jongeren, bijna 82 procent, zeggen eerst hun school of studie te willen afronden. Zij tellen volgens de officiële definities niet mee als werkloos zolang ze niet actief naar werk zoeken en niet binnen twee weken beschikbaar zijn.

Ook een deel van de officieel werkloze jongeren volgt nog onderwijs. Bijna 42 procent van hen staat ingeschreven voor een studie of cursus, maar zoekt daarnaast wel werk.

Jeugdwerkloosheid blijft hoog

Het jeugdwerkloosheidspercentage daalde licht, van 16,3 naar zestien procent. Daarmee is de werkloosheid onder jongeren nog altijd ruim driemaal zo hoog als het algemene percentage van 5,1 procent.

Dat percentage zegt alleen iets over jongeren die tot de beroepsbevolking behoren. Studenten die niet naar werk zoeken, worden niet in de berekening opgenomen. De jeugdwerkloosheid van zestien procent betekent dus niet dat zestien procent van alle Curaçaose jongeren zonder werk zit.

De daling van de jeugdwerkloosheid ging bovendien niet gepaard met meer banen. Het aantal werkende jongeren nam juist af. Het lagere percentage komt mede doordat ook de omvang van de jonge beroepsbevolking kromp.

De netto-arbeidsparticipatie, het aandeel van alle jongeren dat daadwerkelijk werkt, daalde van 38,5 naar ongeveer 33 procent. Daarmee heeft nog maar ongeveer één op de drie jongeren tussen de 15 en 24 jaar betaald werk.

Kleine groep raakt ontmoedigd

Niet alle jongeren staan vanwege hun opleiding buiten de arbeidsmarkt. Bijna 600 noemen familieomstandigheden als reden om niet naar werk te zoeken. Ongeveer 270 jongeren zeggen dat er volgens hen geen werk beschikbaar is.

Die laatste groep geldt als ontmoedigd. Zij willen mogelijk wel werken, maar zoeken niet meer en worden daarom niet in het officiële werkloosheidspercentage opgenomen.

Het CBS ziet de keuze om eerst een opleiding af te ronden als een belangrijke verklaring voor de dalende arbeidsparticipatie. Een hoger opleidingsniveau kan jongeren op langere termijn betere kansen bieden. Maar op korte termijn betekent de ontwikkeling dat minder jongeren beschikbaar zijn voor werkgevers op een arbeidsmarkt waar verschillende sectoren met personeelstekorten kampen.


231 keer gelezen

Deel dit artikel: